Parels vormen zich in oestersachtige zeemossels, enkele soorten zoetwatermossels en soms ook in slakken. Ze ontstaan als reactie op binnengedrongen vreemde delen tussen de schelp en de mantel of zelfs in het inwendige van de mantel. De buitenhuid van de mantel, het mantelepitheel, die gewoonlijk parelmoer vormt aan de binnenzijde van de schelp, omsluit echter ook binnengedrongen vreemde voorwerpen. En uit deze inkapsels ontstaat de parel. Geschat wordt dat in 1 op de 15000 wilde oesters een parel zit. In deze tijd komen de meeste parels uit kwekerijen. In de natuur komen ze voor in Sri Lanka, Zuid-India (Golf van Mannar), de Perzische Golf, Saoedi-Arabië, Iran, Oman. De sierwaarde van een parel hangt af van de glans, kleur, grootte, perfectie en symmetrie, waarbij de glans het belangrijkste is. Daarom is een kleine Japanse parel meer waard dan een grote parel uit de Grote Oceaan. Perfecte parels zijn zeldzaam en worden in ringen verwerkt. Ook de kleur is van belang voor de prijs: roze, zwarte en gouden parels zijn het duurst. |
|